Janne had het vandaag druk. En dat begon al heel vroeg. Ze ging op stroopjacht. Na een week bij opa en oma moesten alle kastjes en laadjes er toch aan geloven. Ik besloot daarom naar Landgoed Nienoord te gaan. Meike kan daar mooi fietsen zonder auto’s in de buurt. De paden zijn er breed genoeg om het inhalen nog wat verder te oefenen. En, heel fijn, er zijn even geen kastjes die ik hoef te beschermen. Onderweg pikten we opa Oehoe op.
Meike was enthousiast. ‘Kijk mama, een ophaalbrug! Is dat een ophaalbrug?! Een echte? Ben jij nu de koning opa?’ Als een echte koning met zijn prinsessen gingen we over de ophaalbrug. Meike als een dronken prinses. Enthousiast en wild slingerend op haar fiets.
Er stond ook een rijtuigenloods. Met twee vlaggen ervoor. Met rode draken erop. ‘Wonen daar draken mama?’ vraagt Meike met grote ogen. Ze gaat een keer samen met mij door het raampje kijken. Donker, niks te zien. De deur zit nog op slot. Ze gaat een keer met opa Oehoe door het raampje kijken. En dan durft ze ook zelf wel even vlak voor de deur te staan. ‘Draak, wakker worden!’ roept ze. ‘Kom maar naar buiten.’ Ze komt weer zelfverzekerd teruggelopen. ‘Mama, ik ben niet bang. Ik ben zelf ook een draak. Kom Janne! Wij zijn gevaarlijke draken! Wraaahr!’ Ze kijkt heel gevaarlijk. Janne ook. Opa Oehoe is ook een draak. ‘Dat is een lieve draak,’ zeg ik. ‘Ja,’ zegt Meike, ‘jij bent een babydraakje opa.’
