Vanmorgen om zeven uur kwamen Meike en Janne nog even bij Jacob en mij in bed liggen. Nadat ze al even bij opa en oma hadden gelegen natuurlijk. Wij hadden uitgeslapen. ‘Mama’ vraagt Meike, ‘komen we nog wel terug uit Nigeria? Anders kan ik nooit meer met die jongen spelen!’ ‘Welke jongen?’ vraag ik. Ik weet het antwoord natuurlijk al. ‘Die grote jongen uit de speeltuin.’ Terwijl ik me afvraag wat ik daar het beste op kan antwoorden, horen we oma op de gang. Janne springt zo snel ze kan uit bed. ‘Oóómáá!’ Ook Meike gaat er vandoor. ‘Jullie kunnen het wel even met z’n tweetjes aan hè? Toedeloe dan!’
We hebben het niet meer over de grote jongen, maar ’s middags in de speeltuin breekt Meike’s hart opnieuw. Oma duwt haar in zo’n grote nest schommel. Liggend, met haar duim in haar mond gaat ze steeds hoger. ‘Oma!’ roept ze dan. ‘In zo’n grote schommel gaat mijn roze hartje in stukjes!’

ach… serieuze liefde was dat… 😉
LikeLike