Vanochtend zijn we naar het Mondriaanhuis in Amersfoort geweest. De schuinoverbuurvrouw, die inmiddels ergens anders studeert maar nog regelmatig onze schuinoverbuurvrouw is, ging gezellig mee. Naar de tentoonstelling Mondriaan & Liu Ye. Ik was nog nooit naar het Mondriaanhuis geweest. Nu we bijna uit Amersfoort vertrekken leek me dit een goed moment. In het plaatstelijke krantje had ik de aankondiging van deze tentoonstelling gezien. Die viel me direct op. Iets met Nijntje. De Chinese kunstenaar Liu Ye liet zich namelijk niet alleen door Piet Mondriaan inspireren. Ook door Dick Bruna.
Door de tentoonstelling waren we zo heen. Zo gaat dat meestal. Vaak zijn er maar één of twee schilderijen die me echt aanspreken. En met twee kinderen ga je daar ook geen uren naar zitten staren. Meike en Janne waren tevreden, Nijntje was er. Ik was ook tevreden. Liu Ye staat op míjn inspiratoren lijstje.
Bij thuiskomst besluit ik pannenkoeken te bakken. We hebben honger gekregen. Ik heb haast om aan tafel te komen. Samen met het bord pannenkoeken wil ik ook de stroop, de suiker, de andere borden en het bestek mee naar de tafel nemen. Het bord met pannenkoeken glipt uit mijn handen. Op de keukenvloer. Kapot. ‘Ja mama, het is je eigen schuld!’ roept Meike. ‘Dat bord heb je geleend. Je moet het zelf gaan vertellen. Helemaal alleen.’
Wanneer ik naar de rommel kijk denk ik iets in de trant van ‘mooie compositie’. Mondriaan gelooft heilig in abstractie. De compositie en vlakverdeling zijn erg belangrijk. Ik twijfel. Die pannenkoeken eten we maar gewoon op. En ik zal binnenkort iemand iets moeten gaan bekennen. Helemaal alleen. Over iets dat niet van mij is, waarvan ik de vlakverdeling heb aangepast.
